Out of Hospital Cardiac Arrest – OHCA” is een zéér ingrijpende gebeurtenis die je leven en deze van je naasten drastisch kan veranderen. We brengen graag getuigenissen van personen die een “Plotse Hartstilstand buiten het Ziekenhuis” overleefd hebben. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. Eén rode draad vind je steeds terug in alle getuigenissen: iedereen is de omstanders zéér dankbaar die in afwachting van de hulpdiensten CPR hebben toegediend en – indien beschikbaar – een AED gebruikt hebben om te defibrilleren.

In de getuigenissen van volgende ervaringsdeskundigen, hebben we omwille van de privacy namen veranderd of initialen gebruikt. De getuigenissen worden weergegeven zoals ze door de ervaringsdeskundigen aangeleverd zijn. Dankzij deze getuigenissen hopen we om meer bewustzijn te creëren bij de Belgische bevolking m.b.t de problematiek van “Plotse Hartstilstand buiten het Ziekenhuis”.

Getuigenis Ton Bartling

Ton Bartling deed dinsdagavond 28 augustus mee aan de clubkampioenschappen van de Weesper Tennis Club. Hij speelde een dubbel, onder meer tegen zijn tennismaatje Martin Henry. Ton stond er goed voor, hij voelde zich uitstekend. Tot van het een op het andere moment het licht uitging. De Weesper had dit hoogstwaarschijnlijk niet kunnen navertellen als omstanders niet met de Automatische Externe Defibrillator (AED) van de tennisclub aan de slag waren gegaan. “Ik wil mijn verhaal vertellen zodat er straks  overal in Weesp van deze AED-apparaten hangen.”

Je had die dag – of eerder – niks voelen aankomen?
“Niks! Zomaar opeens ging het licht uit. Ik kwam weer bij nog voor de ambulance arriveerde. Mijn redders – Martin Henry, Corry de Jong, Jeanette   Gillebaard en Elly de Waard – hadden de AED erbij gehaald en mijn hart gereset, waardoor mijn hartslag weer op gang kwam. Als de tennisclub dat apparaat niet had gehad of als mijn tennisvrienden niet zo adequaat hadden gereageerd, dan had ik het niet overleefd zo vertelden de artsen later. Of ik was geëindigd zoals voetballer Abdelhak Nouri van Ajax, die veel te laat werd gereanimeerd en hierdoor als een kasplantje leeft.” Ton wijst naar de onderkant van zijn gezicht, waar sporen van een ernstige ziekte zichtbaar zijn: “Het is binnen zes jaar tijd de tweede keer dat ik de man met de zeis in de ogen heb gekeken.”

Vertel eens over die eerste ontmoeting met Magere Hein?
“Ik bleek kanker in mijn bovenkaak te hebben. De tumoren zijn weggehaald, ik ben  behandeld en het gevaar is inmiddels geweken – maar mijn aangezicht is wel erg aangetast. Daar wordt nog aan gewerkt. Van mijn kuitbeen is een nieuwe bovenkaak gemaakt. Daar kunnen straks tandimplantaten in. Wat er in plaats van dat verwijderde kuitbeen komt? Niks. Het kuitbeen kun je namelijk best missen, je scheenbeen niet.”

Dus dan krabbel je na kanker overeind en krijg je er een hartaanval overheen?
“Ik was tot mijn 56ste kerngezond. Sportleraar van huis uit, het roken afgezworen, geen  overgewicht, alles op de fiets. Ja, af en toe een biertje, maar echt niet gek. Zo zie je maar: het kan echt iedereen overkomen. Natuurlijk verklein je met een gezonde leefstijl bepaalde gezondheidsrisico’s, maar een garantie op een lang en gelukkig leven krijg je nooit.”

Twee keer door het oog van de naald. Ben je dan een pechvogel of een mazzelaar?
“Ik leef nog! Ik kwam na een week of twee thuis uit het ziekenhuis – gedotterd en een ICD, een ingebouwde AED zeg maar, rijker – en    kwam in een prachtige nazomer terecht. Martin en ik zijn linea recta naar de tennisclub gereden voor een overwinningsfoto. Ik fiets weer door de stad en geniet van elk moment. Zal ik je eens wat zeggen? Ik laat binnenkort mijn eerste tatoeage zetten: ‘Carpe that fucking Diem’. Ik denk aan de binnenkant van mijn rechteronderarm. Ik hoor mensen weleens zeuren over dingen, rentestanden of zo… dan denk ik: waar maak je je druk om? Geniet van het leven. Het kan zomaar opeens over zijn.”

De Ton van vroeger maakte zich vast ook weleens boos over de uitslag van een voetbalwedstrijd?
“Nou, nog steeds hoor. Voetbal is ook geen futiliteit, hè? Ik zal je een voorbeeld geven. Toen mijn vader stierf liet hij mijn moeder best wel wat geld na. Dat heeft ze er toen in een paar jaar tijd finaal doorheen gejast. Vakanties, mooie spullen, en ze stopte de kinderen en kleinkinderen wat toe. Dan zou je kunnen zeggen dat ze de erfenis van haar kinderen heeft verkwanseld. Maar je leeft  nú, dus  dan moet je er ook nú van genieten. Met andere woorden: ik gaf en geef mijn moeder groot gelijk.”

Waarom vind je het belangrijk om je verhaal te doen?
“Ik ben het levende bewijs van het nut van AED’s. Ik hoop dat het sportclubbesturen, winkeliers, ondernemers en horeca inspireert om ook zo’n apparaat aan te schaffen. En dat het mensen ertoe aanzet om het te gebruiken als dat nodig is. Het is niet ingewikkeld, het apparaat vertelt je precies wat je moet doen. Met elektroden wordt het hartritme geanalyseerd, iemand onnodige
elektrische schokken toedienen is niet mogelijk. Met een AED kun je geen schade toebrengen, met niet ingrijpen wel.” “In het ziekenhuis vroeg ik vanuit nieuwsgierigheid wat een pacemaker nou eigenlijk kost. Na enig aandringen kreeg ik het antwoord: 30.000 euro. Een AED kost twee- tot drieduizend euro. Reken maar uit. Ik was zelf al een beetje aan het lobbyen geslagen, maar nu ben ik ook benaderd door Annelies Vinken. Zij maakt zich al jaren sterk voor een dicht AEDnetwerk in Weesp. Ze vroeg of ik ambassadeur wilde worden. Ik heb direct ‘ja’ gezegd. Ik zal mijn verhaal dus net zo lang blijven vertellen tot er overal een hangt.”

https://paper.weespernieuws.nl/open/3ccfa128/11a-120117-zonder-dat-apparaat-was-ik-er-vast-net-zo-slecht-aan-toe-als-nouri?mshare

Getuigenis J.G.

Begin 2013 is ons gezinnetje in “full swing”. Ons appartement staat te koop, we kochten zonet een huis verderop in onze gemeente. Een 2-jarige vrolijke peuter houdt ons goed bezig terwijl we ook volop de IVF-procedures doorlopen om haar een zusje of broertje te kunnen bezorgen. We werken gepassioneerd, mijn man als kapitein op een schip en ik als zaakvoerder van mijn tandartskabinet. We zijn allen gezond en top fit! Ik ben 37 en weet niet beter dan dat ik kerngezond ben. Eind maart, begin april moeten plots alle familieleden langs bij de cardioloog na de ziekenhuisopname van een 5-jarig nichtje dat extreem ver gevorderde DCM (gedilateerde cardiomyopathie) blijkt te hebben. Ook ik onderga mijn eerste ECG en hartecho ooit. Alles blijkt in orde, een kleine repolarisatiestoornis, niks ernstigs, “kom om de 3 jaar maar eens langs”.

Het heeft geen 3 jaar geduurd…

Op zondag 12 mei 2013, Moederdag, krijg ik op de fiets af te rekenen met een hartstilstand. M’n dochter en ik zijn onderweg om een brooddoos en drinkbus op te halen bij de Tupperware-consulente. Het zal immers de allereerste schooldag zijn van onze dochter de dag nadien! Rustig op de fiets, dochter in het kinderzitje vooraan. En dan ziet een voorbijrijdend koppel in de auto dat ik mijn voeten zet en met fiets en dochter omver val. Iemand maakt mijn dochter los uit het zitje en brengt haar binnen bij omwonenden. Iemand anders haalt de fiets van me af. En mijn reddende engel start onmiddellijk met CPR. De hulpdiensten worden verwittigd, maar het duurt toch een kleine 20 minuten eer die toekomen. Zo lang blijft L. beademen en hartmassage geven, ondertussen bijgestaan door een tweede mevrouw. L. denkt niet dat het goed zal komen, maar ze kan niet opgeven, ik ben nog zo jong, zegt ze. Dat kleine meisje heeft haar mama nodig. Ze is vastberaden, ze moet doorzetten. Wanneer we later contact hebben, ben ik geraakt door wat dit met deze mensen (redders) doet. Hier mag niet aan voorbijgegaan worden! Slechts door een toevalligheid hebben we een telefoonnummer en kunnen we nadien contact opnemen. Zij weten immers van niets eens ik weggevoerd word met de ambulance.

Zoals de procedure vereist, word ik na aankomst in het ziekenhuis in een onderkoelde coma gebracht. Het zijn voor mijn man en familie lange dagen van afwachten. Maar L. heeft schitterend werk verricht. Niet alleen voerde ze de CPR op de correcte manier uit, ze begon er ook snel aan. 14 dagen later mag ik het ziekenhuis verlaten, mét een geïmplanteerde defibrillator (ICD).

Ondertussen zijn we dik 4 jaar verder. Mijn tandartskabinet heb ik stopgezet en ik werk deeltijds bij andere tandartsen. Enkel nog zaken die me niet te veel stress bezorgen. Onze dochter is 6 jaar en vertelt regelmatig over onze val met de fiets, voorlopig zonder te beseffen waaraan ze is ontsnapt. Ik heb nog regelmatig contact met L, die graag opvolgt hoe het ons vergaat. Ik kan mijn dankbaarheid naar haar toe niet omschrijven..

Getuigenis J.K.

Jaarlijks gaan we met enkele vrienden fietsen in de Franse Alpen om daar gezelligheid en sportiviteit op een mooie manier te combineren. Een goede voorbereiding is van belang en zo ging ik op een zonnige zaterdag in mei 2014 een trainingsrondje fietsen in het Limburgse Heuvelland. Ik voelde me volledig fit, sterk, gezond en had twee maanden eerder mijn 50e verjaardag met familie en vrienden gevierd.

Ik kan me de start van de bewuste tocht in mei nog goed herinneren. Het was heerlijk, ik was alleen en genoot. En toen werd het plotseling zwart. Alles wat daarna gebeurde heb ik achteraf van betrokkenen vernomen. Twee kilometer verder dan mijn laatste herinnering ben ik langs de weg gevonden. Ik was getroffen door een acute hartstilstand. Een locale bewoner heeft me gevonden en meteen alarmnummer 112 gebeld. Zijn kordate handelen leidde er toe dat binnen één minuut een netwerk van vrijwilligers werd gemobiliseerd. Enkele mensen kwamen direct naar mij toe en startten met reanimatie, iemand anders werd automatisch naar de dichtstbijzijnde AED gedirigeerd. Na circa vijf minuten was ook de AED ter plekke en zijn diverse schokken toegediend. Na circa twaalf minuten waren twee ambulances ter plekke en werd de procedure door deze professionals overgenomen. Twee dagen later werd ik wakker in het ziekenhuis en had geen idee waar ik was en wat er gebeurd was. Zoals in de film.

Heb ik geluk gehad? Zeker! Vooral dat ik een omgeving was waar het systeem van burgerhulpverleners, AED’s en gebruik van slimme communicatie-technologie optimaal heeft gefunctioneerd. Dat heeft met zekerheid mijn leven gered. Was ik tijdens mijn tocht naar rechts gefietst, dan was ik in de fraaie Belgische Voerstreek beland. Maar had ik deze ervaring waarschijnlijk niet kunnen delen.

Twee kransslagaders bleken verstopt te zijn, waarvan ik nooit iets heb gemerkt en nooit last van heb gehad. Na behandeling ben ik uit het ziekenhuis ontslagen en in een revalidatie traject gekomen. De fysieke revalidatie verliep zeer voorspoedig maar ook de aandacht voor de emotionele kant heeft mij enorm geholpen.

Ik ben volledig hersteld en heb mijn professionele en maatschappelijk activiteiten weer volledig opgepakt en kan daardoor weer volledig bijdragen aan de maatschappij. Maar bovenal ben ik gelukkig nog steeds bij mijn geliefde vrouw en drie kinderen. De fietstocht naar Frankrijk hebben we overigens in 2016 weer opgepakt. Ging goed en ik heb er enorm van genoten! Met dank aan alle professionals en alle vrijwilligers die zich belangeloos inzetten in de reanimatie netwerken!!

Getuigenis B.J.

Mijn verhaal begint met de intentie om andermaal de 10 Miles van Antwerpen te lopen. Het is onverantwoord om aan die manifestatie deel te nemen zonder goede voorbereiding. Daarom begon ik net voor de jaarwisseling met een loopschema. Driemaal per week werkte ik wisselende afstanden af: vijf of acht kilometer, en naarmate de weken voorbijgingen: tien, twaalf of zestien kilometer. Ik wisselde de afstanden willekeurig af. Het gebeurde weleens dat ik na het lopen duizelig thuiskwam, meestal na een langere afstand. Ik ging dus naar de huisarts, die bloed afnam. Resultaat: te hoge cholesterol. Remedie: cholesterolverlagende pillen. Af en toe had ik ook last van spierpijn. Toen de grote dag aangebroken was, stond ik aan de start van mijn derde deelname aan de 10 Miles. Even voordien had ik een flinke portie spaghetti gegeten en net voor de start nog een banaan. Dat geeft extra energie, hoor je altijd. Het lopen ging heel vlot en waarschijnlijk daardoor kreeg ik een andere hardloper in het vizier die op zijn rug een grote wimpel had gebonden, met de tekst “1u30”. Goed bezig, dacht ik, en ik ging dan ook in zijn kielzog lopen. Op hetzelfde moment zag ik een groot bord met de boodschap “reeds 12 km gelopen”. Vanaf dat ogenblik herinner ik mij niets meer, tot ik twee dagen later werd gewekt in het ZNA Middelheim Ziekenhuis. Daar hadden de artsen me vanwege een medische complicatie een dag in een coma gehouden. Onmiddellijk besefte ik dat er me iets overkomen was op kilometer 12. Maar wat, dat vernam ik pas later die dag van de artsen en mijn echtgenote. De chirurg wou al wel kwijt dat hij drie by-passes had moeten plaatsen omdat mijn kransslagaders dichtgeslibd waren, en dat ik veel geluk had gehad. Uiteindelijk kreeg ik het volgende te horen. Blijkbaar was ik 400 meter voor de finish ingestort. Ik was kennelijk op automatische piloot door de Imalsotunnel gelopen. Daar herinner ik me niks van, ook vandaag niet, na mijn herstel. M.R., een gepensioneerd politieagent die langs de kant naar zijn lopende dochter stond te kijken, zag het gebeuren en is zonder aarzelen over de omheining gesprongen en onmiddellijk begonnen met hartmassage en mond-op-mondbeademing — volgens hem meer op gevoel dan met echte kennis van zaken. Toch moet zijn actie cruciaal zijn geweest. Een bijkomend geluk was dat de ambulance en een MUG-voertuig op enkele honderden meter van het incident stand-by waren. De ambulanciers hebben het werk van M. overgenomen en naar eigen zeggen tien minuten lang mijn ribbenkast “platgeduwd”. Zonder de aanpak van M.R., van een andere loper die nog is komen helpen, en natuurlijk de mensen van de MUG, die stuk voor stuk onderlegd waren in het toedienen van hartmassage en mond-op mondbeademing, had ik het nooit gehaald. Dankzij hun ingrijpen leef ik nog en voel ik me opnieuw uitermate fit. Ik ben zelfs aan het trainen voor mijn vierde 10 Miles!

Contact Us

We're not around right now. But you can send us an email and we'll get back to you, asap.

Not readable? Change text. captcha txt